Hier een paar zinnen uit de bijbel die ons doel aangeven en de kern van ons geloof

Want God had de wereld zo lief dat hij zijn enige Zoon gegeven heeft, opdat iedereen die in hem gelooft, niet verloren gaat maar eeuwig leven heeft. Want God heeft zijn Zoon niet naar de wereld gezonden om de wereld te oordelen maar om de wereld door hem te redden.

Wie in hem gelooft, wordt niet veroordeeld; wie niet gelooft, is al veroordeeld, omdat hij niet geloofd heeft in Gods enige Zoon. Hier valt de beslissing: het licht is in de wereld gekomen, maar de mensen hadden de duisternis meer lief dan het licht, want hun daden waren slecht. Iemand die het kwade doet, haat het licht en gaat het licht uit de weg; hij is bang dat zijn daden ontdekt worden. Een oprecht mens zoekt het licht op; dan blijkt dat hij gehandeld heeft in verbondenheid met God.

Jezus vertelde ons: Als iemand mijn boodschap hoort maar zich er niet aan houdt, zal ik hem niet veroordelen. Ik ben gekomen om de wereld te redden, niet om de wereld te veroordelen. Wie mij verwerpt en mijn boodschap niet aanneemt, heeft al een rechter: hij zal op de laatste dag worden veroordeeld door het woord dat ik gesproken heb. Want ik heb niet op eigen gezag gesproken; de Vader die mij gezonden heeft, heeft mij opgedragen wat ik zeggen moet, en ik weet dat zijn opdracht eeuwig leven betekent. Alles wat ik zeg, zeg ik zoals de Vader het mij verteld heeft.’

Christus heeft ons bevrijd om in vrijheid te leven. Houd dus stand en buig u niet opnieuw onder het juk van de slavernij.

U hebt Christus Jezus aanvaard als de Heer; leef dan in verbondenheid met hem. Wees in hem geworteld, bouw op hem, houd onwankelbaar vast aan het geloof zoals het u onderwezen is, en laat uw hart overvloeien van dankbaarheid.

Let op, dat niemand u meesleept door holle en misleidende ideeën die steunen op menselijke tradities, op de machten van de wereld, en niet op Christus. Want in hem, in zijn lichaam, woont God volledig, 1en in uw verbondenheid met hem, die boven alle krachten en machten staat, bezit u die volheid. Door die verbondenheid bent u ook besneden, niet door mensenhanden, maar door Christus, die u ontdaan heeft van uw hele zondige bestaan. In de doop bent u immers met hem begraven, zoals u ook met hem ten leven bent opgewekt door uw geloof in de kracht van God die hem uit de dood heeft opgewekt. Vroeger was u dood door uw overtredingen en uw heidense levenswijze, maar God heeft u samen met Christus levend gemaakt, en hij heeft al onze overtredingen vergeven. Hij heeft een streep gehaald door onze schuldbekentenis die met al haar bepalingen in ons nadeel was en tegen ons getuigde. Hij heeft die schuldbekentenis vernietigd door haar aan het kruis te slaan. Hij heeft zich ontdaan van de machten en de krachten, hen in het openbaar te kijk gezet en over hen getriomfeerd aan het kruis.

Trek u dus niets aan van kritiek als het gaat om eten en drinken, het vieren van feestdagen, Nieuwe Maan of sabbat. Dergelijke zaken zijn niet meer dan een schaduw van de dingen die moeten komen; de werkelijkheid zelf is Christus. Trek u er ook niets van aan als u veroordeeld wordt door iemand die voldoening vindt in een nederige houding, in verering van engelen en zich verdiept in zijn visioenen. Zo iemand pocht op zijn zelfzuchtige manier van denken, en daar is geen enkele reden voor. Hij houdt zich niet aan Christus, het hoofd, van waaruit heel het lichaam, gesteund en bijeengehouden door gewrichten en spieren, groeit zoals God dat wil.

Als u met Christus gestorven bent en zo bevrijd bent van de machten van de wereld, waarom laat u zich dan de wet voorschrijven alsof u nog in die wereld leeft door uitspraken als: ‘Raak dit niet aan,’ ‘Proef dat niet’ en ‘Blijf daarvan af’? Dat betreft allemaal dingen die door het gebruik vergaan. Waarom richt u zich dus naar menselijke voorschriften en leerstellingen? Dat alles heeft wel de schijn van wijsheid met zijn zelfbedachte religie, zijn nederige houding en lichaamskastijding, maar in feite is het van geen enkele waarde en streelt het alleen maar zelfzuchtige neigingen.

 Want Christus is het doel en het einde van de wet; daardoor vindt iedereen die gelooft, rechtvaardiging. Over de rechtvaardiging op grond van de wet schrijft Mozes: Wie doet wat de wet zegt, zal daarin leven vinden. Maar over de rechtvaardiging op grond van geloof zegt hij: Zeg niet bij uzelf: Wie zal naar de hemel opstijgen? (dat wil zeggen, om Christus mee naar beneden te nemen.) Of zeg ook niet bij uzelf: Wie zal naar het dodenrijk afdalen? (dat wil zeggen om Christus bij de doden vandaan naar boven te brengen.) Wat bedoelt hij daarmee? Dit: Gods boodschap is dicht bij u, in uw mond en in uw hart, de boodschap namelijk over het geloof, die wij u brengen. Als u met uw mond belijdt: Jezus is de Heer, en met uw hart gelooft dat God hem uit de dood heeft opgewekt, wordt u gered. Want geloven doen we met ons hart, en daardoor vinden we rechtvaardiging; belijden doen we met onze mond, en dat brengt ons redding.

 
Make a Free Website with Yola.